Nooit meer hijgend aankomen bij je volgende afspraak met deze slimme truc

Je bent altijd te laat. Kun je ook niks aan doen natuurlijk.

Je trekt je jas aan om de deur uit te gaan en grist je tas en sleutels van tafel. Dan gaat de telefoon. Aaaaah, shit. Op het scherm verschijnt de naam van die potentiële klant die je gisteren sprak. Toch gauw even opnemen.

10 minuten later hang je op. Oeps, je had al bij je volgende afspraak moeten zijn in die hippe koffietent in het centrum. Je springt op de fiets en stuurt een bericht dat je 􏰀en minuten later bent. Je rijdt bijna tegen een stilstaande auto op en vloekt in jezelf. Klote-auto’s ook.

Ondertussen borrelt het schuldgevoel op. ”Ben ik wéér te laat.” Argh.

Je komt aan bij het koffietentje. Gehaast stap je van je fiets en zet ’m op slot. Je rent naar binnen. Hijgend schud je je afspraak de hand. Even bijkomen.

Story of your life? Dat was het ook voor mij. Zo erg dat vrienden me expres een eerder tijdstip opgaven, zodat ik alsnog op tijd aanwezig was. Te schandalig voor woorden natuurlijk.

Het probleem is dat je te optimistisch bent. Chronisch. Je overschat hoeveel tijd je hebt en je onderschat hoeveel tijd alles kost. Tot het kleinste klusje aan toe.

Even de telefoon opnemen als je maar 10 minuten hebt om van A naar B te komen werkt niet als dat telefoongesprek uiteindelijk 10 minuten duurt. ”Maar daar had ik niet op gerekend.” Precies. Dát is je probleem.

”Kan ik dan niks meer tussendoor doen? Moet ik me dan aan een strak schema houden? Daar heb ik geen zin in hoor. Het moet wel leuk blijven.” Herken je ’m? De alles-of-niets-gedachte. Óf je pakt alles aan wat zich voordoet óf je zegt overal nee op. Boring.

Thank god dat er nog een wereld van mogelijkheden tussen zit. Enter buffertijd. Een ultrasimpel concept dat te weinig wordt toegepast.

Stel, je hebt tien minuten reistijd tussen twee afspraken. Als je tien minuten ruimte inplant, weet je nu al dat je moet gaan rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan. Om dat te voorkomen plan je dertig minuten in.

”Whoa! Zoveel?!” Ja, zoveel.

Er kan van alles gebeuren. Je afspraak is zo gezellig dat-ie uitloopt. Je moet nog even je actiepunten in je laptop zetten, want je wilt ze niet vergeten. Je kan je fietssleutel niet vinden.

Zonder buffertijd ben je dan geheid te laat. Mét buffertijd fiets je op je dooie gemak naar je afspraak. Ook als de brug open staat. Extra voordeel: je hoeft je niet te ergeren, want je hebt toch genoeg tijd. Je hoeft niet snel even een bericht te sturen, want je bent gewoon op tijd. Je hoeft niet hijgend bij te komen tegenover je mogelijk nieuwe klant, want je kon op je gemak fietsen. Maak je meteen een betere indruk!

”Maar wat als ik vijftien minuten te vroeg aankom?” Mens, wat een luxe! Je hebt tijd om even met jezelf een bakkie te doen en je voor te bereiden op je volgende gesprek. Wanneer heb je dat voor het laatst gedaan?

Bij het inplannen van buffertijd in mijn agenda heb ik ook met mezelf afgesproken dat ik niet meer wil haasten. Nergens goed voor. Inmiddels lukt het me in 95% van de gevallen om me op mijn eigen tempo klaar te maken en ergens naartoe te gaan.

Er staat zelfs dagelijks een uur lunch in mijn agenda, tussen 12:00u en 13:00u. ”Hoe lui ben je dan. Noemt dat zich ondernemer?” Ja. Dát is juist waarom ik ondernemer ben geworden. IK bepaal hoe mijn agenda eruitziet.

Soms werk ik nog even door tot 12:30u. Maar dat mag. Want ik bepaal dat. Soms begin ik alweer om 12:30u. En dat mag ook. Omdat ik dat bepaal. En soms lunch ik inderdaad een uur lang. Met een aflevering Kitchen Nightmares erbij. En dat mag. Want ik ben de baas.