Onophoudelijke ideeënstroom in je hoofd? Zo deal je ermee

Ken of ben je iemand die vrijwel dagelijks goede ideeën krijgt? Die overal meteen mee aan de slag gaat? Hartstikke mooi zou je zeggen. Maar wat als je ook de persoon bent die continu te veel hooi op z’n vork heeft? Goede kandidaat voor een burnout. Er is een hele eenvoudige manier om te voorkomen dat je telkens nieuw hooi op je vork neemt.

Vorige week. Ik lees een blogpost van een ander. Hij start een nieuw platform. Ik klik op het platform. Ik lees. En scroll. En klik. En ik lees. En ik denk: ”Dit is briljant! Ik weet ineens hoe ik mijn projecten kan vormgeven. Dit heb ik altijd al gewild! DIT PAST PERFECT!”

Dit gebeurt mij al mijn hele leven minstens één keer per week. Ergens anders doe ik inspiratie op, ik verbind het aan mijn eigen werk of leven en ’weet ineens hoe ik het ga doen’.

Hierna volgt het scenario hoe ik het begin dit jaar zou hebben aangepakt.

Ik vertel mijn vriend alles wat ik zojuist heb bedacht. Hij schudt zijn hoofd en komt met wat tegenargumenten. Ik ben echter een denderende trein en trek me nergens wat van aan. Ik open Tweetdeck. Ik schrijf ”Ik heb ineens het missende puzzelstukje! Dit wordt fantastisch. Later meer hierover.” Ik klik op Tweet.

Ik pak een groot vel en een stift erbij en begin driftig te brainstormen. ”Ja, alles klopt!” overtuig ik mezelf. Het idee wordt groter en groter. Ik weet precies wie ik erbij wil betrekken. Ik stel een mail op voor S., K. en M. om te vertellen over wat ik heb bedacht en of ze ook mee willen doen. Het moet NU, dus of we morgen kunnen skypen.

Ik plan koffiedates in, ik bedenk wie er nog meer bij moeten, hoe het gaat heten, hoe de huisstijl eruit komt te zijn, welke domeinnamen ik nodig heb (die uiteraard meteen worden gereserveerd, want stel je voor dat iemand anders dit bedenkt), welke tools ik ga gebruiken, ik maak alvast een WordPress aan en geef anderen direct toegang, ik maak een Facebook-pagina aan, een Twitter username...

’s Avonds kom ik niet in slaap, want mijn hoofd maalt nog steeds. Ik slaap slecht van de adrenaline. ’s Ochtends open ik mijn mailbox en mijn to-do-list. Pfoeh, nog genoeg andere dingen te doen. Waar begin ik aan? Mijn nieuwe project of alle andere dingen die ik nog had beloofd en nog steeds niet heb gedaan? Oh kijk, weer een interessante blogpost. Laat ik die maar eerst lezen.

Herkenbaar? Dit is een verhaal zonder eind. Een verhaal dat zich telkens herhaalt.

Het kan heel zwaar zijn als je niet weet hoe je uit dit rad moet stappen. Nog erger als je niet eens weet dat je in een rad aan het rennen bent.

Ik heb dit jaren gedaan. Ik maakte allerlei beloftes die ik niet na kon komen, ben allerlei projecten gestart zonder ze af te maken, ben allerlei projecten nooit gestart terwijl ik ze wel heb geroepen, ben voortijdig uit talloze projecten gestapt, heb veel mensen teleurgesteld, was vaak ziek, had weinig energie, een volle agenda en een eindeloze to-do-list.

Het is echt een wonder dat ik nooit een burnout heb gekregen. Of wellicht heb ik die wel gehad, maar nooit gemerkt of genegeerd, omdat de Patty-trein op volle snelheid doordenderde.

Sinds mei dit jaar is daar verandering in gekomen. Ik hield toen een focusweek waarin ik geen afspraken had en allerlei overzichten heb gemaakt. Ik besefte dat ik te veel deed en heb geschrapt, geschrapt en nog meer geschrapt. En in de weken en maanden daarna ben ik blijven schrappen.

Schrappen is fijn, maar daarmee veranderde er nog niks aan die voortdurende tsunami van ideeën in mijn hoofd. En dan hebben we het nog niet over alle nieuwe projecten en ideeën die via blogposts, Twitter, Facebook en e-mail naar me toe komen. (Lees: anderen die mij mailen over hun geweldig nieuwe idee waarvoor ze morgen willen afspreken, want het moet NU.)

De vraag is natuurlijk: moet daar iets aan veranderen? Mijn antwoord: nee. Het is juist een van mijn sterkste kwaliteiten dat ik op elke vorm van input eindeloos kan associëren. (Anderen zijn meestal zeer dankbaar bij brainstorm- en durftevragensessies of als mensen die ergens in vastzitten me persoonlijk spreken. Daarna kunnen ze ineens weer verder.)

Waar je wel iets aan kan veranderen: hoe je omgaat met al die ideeën.

Tegenwoordig stuur ik niet meteen e-mails naar alle mensen die ik erbij wil betrekken en vertel niet aan iedereen om me heen dat ik bezig ben met een groot nieuw project. Ik heb geleerd om eerst gewoon op te schrijven waar ik aan denk (bij mijn ideeënlijst in Evernote met een linkje naar de inspiratiebron erbij), om in alle rust een lekker kopje thee te zetten (in plaats van eindeloze research met mijn hoofd op het laptopscherm geplakt) en to calm the fuck down.

Mijn hoofdregel? Eerst een nacht slapen. Alleen als ik er de volgende dag nog steeds zo enthousiast over ben mag ik er verder over brainstormen. En dat scheelt een HE-LE-BOEL verspilde energie, want 80% van die ’geweldige’ ideeën komt niet door mijn slaapfilter heen.

Alleen mijn vriend moet er nog onder lijden. Maar hij weet er inmiddels van en krijgt van mij altijd een sidenote: ”Dit is nog een idee, dus ik weet nog niet of ik er iets mee ga doen.”

Wat gebeurt er met de overige 20%? Die moet eerst enkele weken sudderen. Pas als het idee keer op keer op keer terugkomt onderneem ik actie. En dan niet groots, maar klein en experimenteel. Eerst testen of het überhaupt werkt. Pas dan ga ik verder.

Bij mij heeft dit ervoor gezorgd dat ik veel rustiger ben door de dagen en weken heen, weinig spoedprojecten, minder adrenaline, minder teleurstellingen naar anderen toe, tientallen projecten die ik niet ben begonnen (dat zouden we eens moeten vieren), weinig hooi op mijn vork, meer ruimte in mijn agenda, meer spontaniteit, kortere to-do lists, weinig ziek, zelden migraine en veel meer energie.

Laat je enthousiasme niet de baas worden als dat je telkens weer in de problemen brengt. Gebruik je energie voor waar je op dit moment mee bezig bent. Morgen weer een dag!