Pluk de dag! (en andere onzin waarmee we onszelf bezighouden)

Je gaat maar door. Hard werken. Knallen. Bezig zijn. Hoe lang hou je het nog vol? Wanneer houdt het op?

Ik ken het wel. Ik was altijd aan het haasten, aan het rennen. Er moest zoveel gebeuren. Ik voelde me nooit vervuld. Dan maar een nieuw project erbij, misschien dat dat helpt.

Hilarisch eigenlijk achteraf. En pijnlijk ook. Ik zag het niet. Ik zag het echt niet.

Vier jaar geleden kwam de eerste shift. Ik durfde het eindelijk aan om een stilteretraite te doen. Nou ja, doen. Je doet er niet zoveel. En dat was ook wat ik me realiseerde: ik hóef niks met de stilte. 

Dat is hoe we geconditioneerd zijn. We moeten overal iets mee. Alles moet nut hebben. We mogen onze tijd niet verspillen. Pluk de dag! Haal alles eruit wat erin zit! Leef alsof het je laatste dag is! Voel je ook de intense druk achter deze zinnen? (Jaja, die uitroeptekens helpen wel.)

Elk jaar raak ik in lichte paniek als de zomer weer dichterbij komt. Wat ga ik doen? Hoe kom ik mijn tijd door? Ga ik nog even een zomerproject opzetten? Ik heb geen gezin, dus ik hoef ook niet zoveel. Maar wat als ik me ga vervelen?

Het is nu zes weken zomer en ik heb heel weinig gedaan. En boy, wat heb ik me daar schuldig over gevoeld. En angstig. Bang voor de leegte. 

Ik kan best goed alleen zijn. Heerlijk zelfs. Maar er zijn momenten dat ik lange tijd alleen ben. Dan komt die angst naar boven. Angst voor allerlei emoties die ik nog niet heb verwerkt. Wat als ik word overspoeld erdoor? Wat als ik zo overweldigd word dat ik er niet meer uitkom?

Maar ik ben er nog steeds. Ik leef nog steeds en zit niet in een depressie. Ja, ik heb mijn donkere periodes, maar waarom ben ik daar zo bang voor? Ze zijn net zo goed onderdeel van het leven. Zonder donker geen licht. 

Ik loop dus vast. Wat blokkeert me? Het idee dat ik iets móet met die gevoelens. Dat ik ze moet oplossen. Dat ik mezelf moet fixen.

Doen doen doen. Gaan gaan gaan. Zo blijven we bezig. We vergeten dat we vaak alleen maar hoeven te ZIJN. Zelfs als ik dit nu schrijf en het woord ZIJN lees, kom ik tot rust. Oja, ik MOET niks. Ik HOEF niks. Ik haal een keer diep adem en ben weer in het nu.

In deze zesde week van de zomer begin ik eindelijk te accepteren dat ik mag niksen. Dat dat OK is. Dat ik niet overal naartoe hoef te rennen. Dat ik mijn tijd niet hoef te vullen met festivals en alle leuke dingen die ik nu 'mis'. (FOMO!) Dat ik me niet schuldig hoef te voelen omdat ik gisteren de hele dag in mijn pyjama heb gezeten. Lekker in mijn eentje.

Ik geniet weer. Ik voel me vervuld. Niet door de dingen die ik doe, maar door gewoon te zijn. That's all.