Waarom je niet op elk socialmediakanaal aanwezig hoeft te zijn

 

Vermoeiend soms hè, dat Twi􏰂tter, Facebook en LinkedIn. Zoveel informati􏰀e. En dan al dat ’nieuwe’ spul. Instagram, Google+, Snapchat, Pinterest, Ello.

Overal moet je iets mee voor je gevoel. Je hebt immers je eigen business. Dan móet je jezelf laten zien. Dan móet je op de hoogte blijven van wat er gebeurt op jouw vakgebied. Dan móet je in gesprek gaan met jouw klanten.

Ugh.

Waarom moet je zoveel van jezelf? Je moet helemaal niks.

Afgelopen zaterdag heb ik mijn eerste lezing gehouden hier in New York. Een grote groep zelfstandig professionals in een hippe coworking space bij elkaar.

”Ik ben net begonnen met mijn bedrijf. Ik wéét dat ik op Twitt􏰂er en Facebook aanwezig moet zijn. Dat ik een blog moet hebben. Dat ik naar netwerkevents moet. Een website. Een doelgroep. Klanten. Producten.” Ze zuchtt􏰂e zwaar. ”Ik weet niet waar ik moet beginnen.”

Als je al wat langer onderneemt weet je dat je keuzes maakt daarin. Het lukt niet om naar elk event te gaan. Je kan niet met iedereen koffie drinken die daarom vraagt. Het is onmogelijk om alles op elk moment volledig up-to-date te hebben.

Waarom trappen we er dan toch nog steeds in? En erger: waarom denken we dat het allemaal zelf moet uitvogelen? Je bent toch expert in je eigen vak? Mensen komen naar jou toe, omdat jij daar retegoed in bent. Waarom is het dan zo raar om naar een ander toe te stappen en die om hulp te vragen?

Als 'chaosexpert' kan ik je vertellen dat het helemaal niet handig is om elke dag uuuren rond te hangen op Facebook. Je verliest je concentrati􏰀e, moti􏰀vati􏰀e en energie. Die gebruik ik liever voor het echte werk.

Iedereen terugvolgen die jou volgt op Twi􏰂tter? Bullshit. Ik heb bijna 2000 volgers, terwijl ik er zelf maar 60 volg. Werkt prima.

Direct reageren op elke no􏰀tificati􏰀e op je telefoon? Oh please.

Samengevat: je moet helemaal niks. Ja, dat had ik al een keer gezegd, maar maak het voor deze week je mantra. ”Ik moet helemaal niks. Ik moet helemaal niks. Ik moet helemaal niks.”